Wettelijke informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

  1. Behoudens andersluidende schriftelijke overeenkomst wordt de rechtsverhouding tussen partijen beheerst door onderhavige algemene voorwaarden, waarvan de medecontractant verklaart kennis te hebben genomen en ze te aanvaarden. Onderhavige algemene voorwaarden prevaleren te allen tijde op de gebeurlijke eigen voorwaarden van de medecontractant.

  2. Al onze wegvervoerverrichtingen geschieden op basis van de bepalingen van het CMR-verdrag.
    Al onze expeditieverrichtingen geschieden op basis van de Algemene Belgische Expeditievoorwaarden van 24 juni 2005.
    All onze logistieke prestaties worden verricht op basis van de Algemene Voorwaarden voor de Goederenbehandeling en de eraan Verwante Activiteiten in de Haven van Antwerpen van 26 maart 2009.
    In geval van strijdigheid tussen onderhavige algemene voorwaarden en de Algemene Belgische Expeditievoorwaarden van 24 juni 2005 en/of de Algemene Voorwaarden voor de Goederenbehandeling en de eraan Verwante Activiteiten in de Haven van Antwerpen van 26 maart 2009 prevaleren de voor ons meest gunstige voorwaarden.

  3. Al onze facturen zijn contant betaalbaar op onze maatschappelijke zetel.

    Bij niet-betaling van een factuur op haar vervaldag is van rechtswege een conventionele interest van 12% per jaar en een forfaitaire schadevergoeding van 15% van het factuurbedrag met een minimum van 250,00 EUR verschuldigd.

    De niet-betaling van een factuur op haar vervaldag of enig ander feit dat op de insolvabiliteit van de medecontractant kan wijzen, brengt de onmiddellijke opeisbaarheid van alle, zelfs nog niet vervallen bedragen met zich mee en laat ons tevens toe de uitvoering van alle lopende overeenkomsten te schorsen en/of te ontbinden, zonder voorafgaande ingebrekestelling en zonder recht op schadevergoeding van de medecontractant. Eventuele ontvangen voorschotten/betalingen gelden als conventioneel schadebeding.

  4. Tot zekerheid van alle vorderingen op de medecontractant, beschikken wij over een pandrecht en een retentierecht op alle goederen, welk de medecontractant ons toevertrouwt, ongeacht of de vorderingen ook betrekking hebben op de goederen in kwestie. Alle goederen en al onze facturen worden beschouwd als deel uitmakend van eenzelfde overeenkomst, die niet vatbaar is voor verdeling. De medecontractant garandeert in dit verband het beschikkingsrecht te hebben over deze goederen, tenzij hij voorafgaand aan de overhandiging aan ons schriftelijk heeft te kennen gegeven geen beschikkingsrecht over de goederen te hebben.

  5. Enkel de rechtbanken van Antwerpen zijn bevoegd om kennis te nemen van geschillen tussen partijen. Het Belgisch recht is van toepassing. 

Algemene transportvoorwaarden 2017

Algemene transportvoorwaarden 2017

VERDRAG BETREFFENDE DE OVEREENKOMST TOT INTERNATIONAAL VERVOER VAN GOEDEREN OVER DE WEG (C.M.R) 19 MEl 1956 (B.S. 8 november 1962)
HOOFDSTUK I. TOEPASSELIJKHEID

Artikel 1
1. Dit Verdrag is van toepassing op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering, zoals deze zijn aangegeven in de overeenkomst, gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan ten minste één een bij het Verdrag partij zijnde land is, ongeacht de woonplaats en de nationaliteit van partijen.
2, Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder "voertuigen" verstaan: de motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949.
3. Dit Verdrag is eveneens van toepassing, indien het vervoer, dat binnen zijn werkingssfeer valt, wordt bewerkstelligd door Staten of door Regeringsinstellingen of -organisaties.
4. Dit Verdrag is niet van toepassing:
a) op vervoer, bewerkstelligd overeenkomstig internationale postovereenkomsten;
b) op vervoer van lijken;
c) op verhuizingen.
5. De Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat dit Verdrag niet door bijzondere overeenkomsten, gesloten tussen twee of meer van haar, zal worden gewijzigd, tenzij om aan de werking daarvan haar grensverkeer te onttrekken of om voor vervoer, dat uitsluitend over haar grondgebied plaats heeft, het gebruik van een de goederen vertegenwoordigende vrachtbrief toe te staan.
Artikel 2
1. Wanneer het voertuig, waarin de goederen zich bevinden. over een gedeelte van het traject wordt vervoerd over zee, per spoor, over de binnenwateren of door de lucht zonder dat de goederen – behoudens ter toepassing van de bepalingen van artikel 14 – uit dat voertuig worden uitgeladen, blijft dit Verdrag niettemin van toepassing op het gehele vervoer. Voor zover evenwel wordt bewezen dat verlies, beschadiging of vertraging in de aflevering van de goederen, ontstaan tijdens het vervoer op andere wijze dan over de weg, niet is veroorzaakt door een daad of nalatigheid van de wegvervoerder en voortspruit uit een feit, dat zich alleen heeft kunnen voordoen tijdens en tengevolge van het vervoer anders dan over de weg, wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder niet bepaald door dit Verdrag, maar op de wijze waarop de aansprakelijkheid van de niet-wegvervoerder zou zijn bepaald, zo een vervoerovereenkomst tussen de afzender en de niet-wegvervoerder tot vervoer van de goederen alleen zou zijn afgesloten overeenkomstig de wettelijke bepalingen van dwingend recht betreffende het vervoer van goederen op die andere wijze. Bij gebreke van dergelijke bepalingen worden de aansprakelijkheid van de wegvervoerder echter bepaald door dit Verdrag.
2. Indien de wegvervoerder zelf het gedeelte van het vervoer dat niet over de weg plaats vindt bewerkstelligt, wordt zijn aansprakelijkheid eveneens bepaald volgens het eerste lid, als werden zijn hoedanigheden van wegvervoerder en niet-wegvervoerder uitgeoefend door twee verschillende personen.
HOOFDSTUK II. PERSONEN VOOR WIE DE VERVOERDER AANSPRAKELIJK IS
Artikel 3
Voor de toepassing van dit Verdrag is de vervoerder, als ware het voor zijn eigen daden en nalatigheden, aansprakelijk voor de daden en nalatigheden van zijn ondergeschikten en van alle andere personen, van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient, wanneer deze ondergeschikten of deze personen handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.
HOOFDSTUK III. SLUITING EN UITVOERING VAN DE VERVOEROVEREENKOMST
Artikel 4
De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast noch het bestaan noch de geldigheid aan van de vervoerovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 5
1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van de afzender en de vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden.
2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de vervoerder het recht om te eisen, dat er evenzoveel vrachtbrieven worden opgemaakt als er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn.
Artikel 6
1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten:
a) de plaats en de datum van het opmaken daarvan;
b) de naam en het adres van de afzender;
c) de naam en het adres van de vervoerder;
d) de plaats en de datum van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering der goederen;
e) de naam en het adres van de geadresseerde;
f) de gebruikelijke aanduiding van de aard der goederen en de wijze van verpakking en, voor gevaarlijke goederen, hun algemeen erkende benaming;
g) het aantal colli, hun bijzondere merken en hun nummers;
h) het bruto-gewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen;
i) de op het vervoer betrekking hebbende kosten (vrachtprijs, bijkomende kosten, douanerechten en andere vanaf de sluiting van de overeenkomst tot aan de aflevering opkomende kosten);
j) de voor het vervullen van douane- en andere formaliteiten nodige instructies;
k) de aanduiding, dat het vervoer, ongeacht enig tegenstrijdig beding, is onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag.
2. Als het geval zich voordoet, moet de vrachtbrief nog de volgende aanduidingen bevatten:
a) het verbod van overlading;
b) de kosten, welke de afzender voor zijn rekening neemt;
c) het bedrag van het bij de aflevering van de goederen te innen remboursement;
d) de gedeclareerde waarde der goederen en het bedrag van het bijzonder belang bij de aflevering;
e) de instructies van de afzender aan de vervoerder voor wat betreft de verzekering der goederen;
f) de overeengekomen termijn, binnen welke het vervoer moet zijn volbracht;
g) de lijst van bescheiden, welke aan de vervoerder zijn overhandigd.
3. De partijen kunnen in de vrachtbrief iedere aanduiding, welke zij nuttig achten, opnemen.
Artikel 7
1. De afzender is aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke door de vervoerder worden geleden tengevolge van de onnauwkeurigheid of de onvolledigheid:
a) van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, eerste lid, onder b, d, e, f, g, h en j;
b) van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, tweede lid;
c) van alle andere aanduidingen of instructies, welke hij verstrekt voor het opmaken van de vrachtbrief of om daarin te worden opgenomen.
2. Indien de vervoerder op verzoek van de afzender de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de vrachtbrief opneemt, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht voor rekening van de afzender te handelen.
3. Indien de vrachtbrief niet de vermelding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder k, bevat, is de vervoerder aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke de rechthebbende op de goederen door deze nalatigheid lijdt.
Artikel 8
1. Bij de inontvangstneming der goederen is de vervoerder gehouden te onderzoeken:
a) de juistheid van de vermeldingen in de vrachtbrief met betrekking tot het aantal colli en hun merken en nummers;
b) de uiterlijke staat van de goederen en hun verpakking.
2. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van de vermeldingen. bedoeld in het eerste lid, onder a, van dit artikel, te onderzoeken, tekent hij in de vrachtbrief met redenen omkleed aan, welke voorbehouden hij maakt. Eveneens geeft hij de redenen aan voor alle voorbehouden, welke hij maakt ten aanzien van de uiterlijke staat van de goederen en van hun verpakking. Deze voorbehouden verbinden de afzender niet, indien zij niet uitdrukkelijk in de vrachtbrief door hem zijn aanvaard.
3. De afzender heeft het recht te eisen, dat de vervoerder het brutogewicht of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid der goederen onderzoekt. Hij kan tevens een onderzoek van de inhoud der colli eisen. De vervoerder kan de kosten van het onderzoek in rekening brengen. het resultaat van de onderzoekingen wordt in de vrachtbrief neergelegd.
Artikel 9
1. De vrachtbrief levert volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der overeenkomst en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder.
2. Bij gebreke van vermelding in de vrachtbrief van gemotiveerde voorbehouden van de vervoerder wordt vermoed, dat de goederen en hun verpakking in uiterlijk goede staat waren op het ogenblik van de inontvangstneming door de vervoerder en dat het aantal colli en hun merken en nummers in overeenstemming waren met de opgaven in de vrachtbrief.
Artikel 10
De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen, tenzij de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt.
Artikel 11
1. Ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de goederen moeten worden vervuld, moet de afzender de nodige bescheiden bij de vrachtbrief voegen of ter beschikking van de vervoerder stellen en hem alle gewenste inlichtingen verschaffen.
2. De vervoerder is niet gehouden de nauwkeurigheid en de volledigheid van deze bescheiden en inlichtingen te onderzoeken. De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle schaden, die kunnen voortspruiten uit de afwezigheid, onvolledigheid of onregelmatigheid van deze bescheiden en inlichtingen, behoudens in geval van schuld van de vervoerder.
3. De vervoerder is op dezelfde voet als een commissionair aansprakelijk voor de gevolgen van verlies of onjuiste behandeling van de bescheiden, die in de vrachtbrief zijn vermeld en deze begeleiden of in zijn handen zijn gesteld. De door hem verschuldigde schadevergoeding mag evenwel die, verschuldigd in geval van verlies van de goederen, niet overschrijden.
Artikel 12
1. De afzender heeft het recht over de goederen te beschikken, in het bijzonder door van de vervoerder te vorderen dat hij het vervoer ophoudt, de plaats bestemd voor de aflevering der goederen wijzigt of de goederen aflevert aan een andere geadresseerde dan in de vrachtbrief is aangegeven.
2. Dit recht vervalt, wanneer het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan de geadresseerde is overhandigd of wanneer deze gebruik maakt van het recht bedoeld in artikel 13, eerste lid; vanaf dat ogenblik moet de vervoerder zich houden aan de opdrachten van de geadresseerde.
3. Het beschikkingsrecht komt evenwel reeds vanaf het opmaken van de vrachtbrief aan de geadresseerde toe, wanneer een vermelding in die zin door de afzender op de vrachtbrief is gesteld.
4. Indien de geadresseerde bij de uitoefening van zijn beschikkingsrecht bepaalt, dat de goederen aan een andere persoon moeten worden afgeleverd, kan deze persoon geen andere geadresseerde aanwijzen.
5. De uitoefening van het beschikkingsrecht is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
a) de afzender of, in het geval bedoeld in het derde lid van dit artikel, de geadresseerde, die dit recht wenst uit te oefenen, moet het eerste exemplaar van de vrachtbrief, waarop de aan de vervoerder gegeven nieuwe instructies moeten zijn aangetekend, overleggen en de vervoerder schadeloos stellen voor kosten en schade die de uitvoering van deze instructies meebrengt;
b) de uitvoering van deze instructies moet mogelijk zijn op het ogenblik, dat de instructies de persoon, die deze moet uitvoeren, bereiken en zij mag noch de normale bedrijfsvoering van de vervoerder beletten noch schade toebrengen aan afzenders of geadresseerden van andere zendingen;
c) de instructies mogen nimmer het verdelen van de zending tot gevolg hebben.
6. Wanneer de vervoerder tengevolge van de bepalingen van het vijfde lid onder b) van dit artikel de instructies, die hij ontvangt, niet kan uitvoeren, moet hij onmiddellijk de persoon, van wie deze instructies afkomstig zijn, daarvan in kennis stellen.
7. De vervoerder, die de volgens de voorwaarden van dit artikel gegeven instructies niet heeft uitgevoerd of die dergelijke instructies heeft opgevolgd zonder overlegging van het eerste exemplaar van de vrachtbrief te hebben geëist, is tegenover de rechthebbende aansprakelijk voor de hierdoor veroorzaakte schade.
Artikel 13
1. Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, heeft de geadresseerde het recht van de vervoerder te vorderen dat het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan hem wordt overhandigd en de goederen aan hem worden afgeleverd, een en ander tegen ontvangstbewijs. Wanneer verlies van de goederen is vastgesteld of de goederen aan het einde van de termijn, bedoeld in artikel 19, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd om op eigen naam tegenover de vervoerder gebruik te maken van de rechten, die uit de vervoerovereenkomst voortspruiten.
2. De geadresseerde, die gebruik maakt van de rechten, die hem ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn toegekend, is gehouden de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen Ie betalen. In geval van geschil ter zake is de vervoerder niet verplicht om de goederen af te leveren dan tegen zekerheidstelling door de geadresseerde.
Artikel 14
1. Indien, om welke reden ook, de uitvoering van de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief onmogelijk is of wordt voordat de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, zijn aangekomen, is de vervoerder gehouden instructies te vragen aan de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken.
2. Indien evenwel de omstandigheden de uitvoering van het vervoer toelaten op andere voorwaarden dan die van de vrachtbrief en indien de vervoerder niet tijdig instructies heeft kunnen verkrijgen van de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken, neemt hij de maatregelen, welke hem het beste toeschijnen in het belang van de persoon, die het recht heeft over de goederen te beschikken.
Artikel 15
1. Wanneer na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming zich omstandigheden voordoen die de aflevering beletten, vraagt de vervoerder instructies aan de afzender. Indien de geadresseerde de goederen weigert, heeft de afzender het recht om daarover te beschikken zonder verplicht te zijn het eerste exemplaar van de vrachtbrief te tonen.
2. De geadresseerde kan, zelfs indien hij de goederen heeft geweigerd, te allen tijde de aflevering daarvan vragen, zolang de vervoerder geen andersluidende instructies van de afzender heeft ontvangen.
3. Indien een omstandigheid, die de aflevering belet, zich voordoet, nadat de geadresseerde overeenkomstig zijn recht ingevolge artikel 12, derde lid, opdracht heeft gegeven om de goederen aan een andere persoon af te leveren, treedt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel de geadresseerde in de plaats van de afzender en die andere persoon in de plaats van de geadresseerde.
Artikel 16
1. De vervoerder heeft recht op vergoeding van de kosten, welke zijn verzoek om instructies of de uitvoering van ontvangen instructies voor hem meebrengt, mits deze kosten niet door zijn schuld zijn ontstaan.
2. In de gevallen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en in artikel 15, kan de vervoerder de goederen onmiddellijk voor rekening van de rechthebbende lossen; na deze lossing wordt het vervoer geacht te zijn geëindigd. De vervoerder neemt dan de bewaring van de goederen op zich. Hij kan de goederen evenwel aan een derde toevertrouwen en is dan slechts aansprakelijk
voor een oordeelkundige keuze van deze derde. De goederen blijven belast met volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en alle andere kosten.
3. De vervoerder kan zonder instructies van de rechthebbende af te wachten tot verkoop van de goederen overgaan, wanneer de bederfelijke aard of de staat van de goederen dit rechtvaardigt of wanneer de kosten van bewaring onevenredig hoog zijn in verhouding tot de waarde van de goederen. In andere gevallen kan hij eveneens tot verkoop overgaan, wanneer hij niet binnen een redelijke termijn van de rechthebbende andersluidende instructies heeft ontvangen. waarvan de uitvoering redelijkerwijs kan worden gevorderd.
4. Indien de goederen ingevolge dit artikel zijn verkocht, moet de opbrengst van de verkoop ter beschikking van de rechthebbende worden gesteld onder aftrek van de kosten, die op de goederen drukken. Indien deze kosten de opbrengst van de verkoop te boven gaan, heeft de vervoerder recht op het verschil.
5. De verkoop geschiedt op de wijze bepaald door de wet of de gebruiken van de plaats, waar de goederen zich bevinden.
HOOFDSTUK IV. AANSPRAKELIJKHEID VAN DE VERVOERDER
Artikel 17
1. De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.
2. De vervoerder is ontheven van deze aansprakelijkheid, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.
3. De vervoerder kan zich niet aan zijn aansprakelijkheid onttrekken door een beroep te doen op gebreken van het voertuig, waarvan hij zich bedient om het vervoer te bewerkstelligen, of op fouten van de persoon, van wie hij het voertuig heeft gehuurd of van diens ondergeschikten.
4. Met inachtneming van artikel 18, tweede tot vijfde lid, is de vervoerder ontheven van zijn aansprakelijkheid, wanneer het verlies of de beschadiging een gevolg is van de bijzondere gevaren, eigen aan één of meer van de volgende omstandigheden:
a) gebruik van open en niet met een dekzeil afgedekte voertuigen, wanneer dit gebruik uitdrukkelijk is overeengekomen en in de vrachtbrief is vermeld;
b) ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking bij goederen, die door hun aard aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld, wanneer zij niet of slecht verpakt zijn;
c) behandeling, lading, stuwing of lossing van de goederen door de afzender, de geadresseerde of personen, die voor rekening van de afzender of de geadresseerde handelen;
d) de aard van bepaalde goederen, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld, hetzij aan geheel of gedeeltelijk verlies, hetzij aan beschadiging, in het bijzonder door breuk, roest, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of optreden van ongedierte en knaagdieren;
e) onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummers der colli;
f) vervoer van levende dieren.
5. Indien ingevolge dit artikel de vervoerder niet aansprakelijk is voor sommige der factoren, die de schade hebben veroorzaakt, is hij slechts aansprakelijk in evenredigheid tot de mate, waarin de factoren waarvoor hij ingevolge dit artikel aansprakelijk is, tot de schade hebben bijgedragen.
Artikel 18
1. Het bewijs, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging door één der in artikel 17, tweede lid, genoemde feiten is veroorzaakt, rust op de vervoerder.
2. Wanneer de vervoerder aantoont dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het verlies of de beschadiging een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer van de in artikel 17, vierde lid, genoemde bijzondere gevaren, wordt vermoed dat deze daarvan de oorzaak zijn. De rechthebbende kan evenwel bewijzen dat de schade geheel of gedeeltelijk niet door een van deze gevaren veroorzaakt is.
3. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 17, vierde lid, onder a, genoemde geval, indien zich een ongewoon tekort of een verlies van colli voordoet.
4. Indien het vervoer wordt bewerkstelligd door middel van een voertuig, ingericht om de goederen te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder d, tenzij hij bewijst dat alle maatregelen, waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.
5. De vervoerder kan geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder f, tenzij hij bewijst dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.
Artikel 19
Er is vertraging in de aflevering, wanneer de goederen niet zijn afgeleverd binnen de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, wanneer de werkelijke duur van het vervoer, zo men rekening houdt met de omstandigheden en met name, bij gedeeltelijke lading, met de tijd benodigd voor het verkrijgen van een volledige lading op de gebruikelijke voorwaarden, meer tijd vergt dan een goed vervoerder redelijkerwijs behoort te worden toegestaan.
Artikel 20
1. De rechthebbende kan, zonder enig nader bewijs, de goederen als verloren beschouwen, wanneer zij niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na afloop van de bedongen termijn, of, bij gebreke van zulk een termijn, binnen zestig dagen na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder.
2. De rechthebbende kan bij ontvangst van de schadevergoeding voor de verloren goederen schriftelijk verzoeken hem onmiddellijk te berichten ingeval de goederen worden teruggevonden in de loop van het jaar, volgende op de betaling der schadevergoeding. Dit verzoek wordt hem schriftelijk bevestigd.
3. Binnen dertig dagen na ontvangst van dit bericht kan de rechthebbende vorderen dat de goederen aan hem worden afgeleverd tegen betaling van de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en tegen teruggave van de schadevergoeding, die hij heeft ontvangen, onder aftrek van de kosten, welke in deze schadevergoeding mochten zijn begrepen en met behoud van alle rechten op schadevergoeding voor vertraging in de aflevering ingevolge artikel 23 en, indien toepasselijk, ingevolge artikel 26.
4. Bij gebreke hetzij van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, hetzij van instructies gegeven binnen de termijn van dertig dagen, bedoeld in het derde lid, of ook, indien de goederen eerst meer dan een jaar na betaling van de schadevergoeding zijn teruggevonden, kan de vervoerder over de goederen beschikken overeenkomstig de wet van de plaats, waar deze zich bevinden.
Artikel 21
Indien de goederen aan de geadresseerde zijn afgeleverd zonder inning van het remboursement, dat door de vervoerder volgens de bepalingen van de vervoerovereenkomst zou moeten zijn ontvangen, is de vervoerder gehouden de afzender schadeloos te stellen tot ten hoogste het bedrag van het remboursement onverminderd zijn verhaal op de geadresseerde.
Artikel 22
1. Indien de afzender aan de vervoerder gevaarlijke goederen aanbiedt, licht hij hem in over de juiste aard van het gevaar, dat zij opleveren, en geeft hij, zo nodig, de te nemen voorzorgsmaatregelen aan. Indien deze inlichting niet in de vrachtbrief is vermeld, staat het aan de afzender of de geadresseerde met enig ander middel te bewijzen dat de vervoerder kennis heeft gedragen van de juiste aard van het gevaar, dat het vervoer van de voornoemde goederen opleverde.
2. De gevaarlijke goederen, die niet, gegeven het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, als zodanig aan de vervoerder bekend waren, kunnen op ieder ogenblik en op iedere plaats door de vervoerder worden gelost, vernietigd of onschadelijk gemaakt en wel zonder enige schadevergoeding; de afzender is bovendien aansprakelijk voor alle kosten en schaden, voortvloeiende uit de aanbieding ten vervoer of uit het vervoer zelf.
Artikel 23
1. Wanneer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag een schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen ten laste van de vervoerder wordt gebracht, wordt deze schadevergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van de inontvangstneming.
2. De waarde van de goederen wordt vastgesteld volgens de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van een en ander, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit.
3. De schadevergoeding kan evenwel niet meer bedragen dan 8,33 rekeneenheden voor elk ontbrekend kilogram brutogewicht.
4. Bovendien worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig en in geval van gedeeltelijk verlies naar verhouding, terugbetaald; verdere schadevergoeding is niet verschuldigd.
5. In geval van vertraging is, indien de rechthebbende bewijst, dat daardoor schade is ontstaan, de vervoerder gehouden voor deze schade een vergoeding te betalen, die niet meer kan bedragen dan de vrachtprijs
6. Hogere vergoedingen kunnen slechts worden gevorderd in geval van aangifte van de waarde der goederen of van een bijzonder belang bij de aflevering, overeenkomstig de artikelen 24 en 26.
7. De in dit Verdrag genoemde rekeneenheid is het speciaal trekkingsrecht zoals omschreven door het Internationaal Monetair Fonds. Het bedrag, vermeld in het derde lid van dit artikel, wordt omgerekend in de nationale munteenheid van de Staat, waaronder de rechtbank ressorteert waaraan het geschil is voorgelegd, op basis van de waarde van die munteenheid op de datum van het vonnis of op de datum die door de Partijen in onderling overleg wordt aanvaard.
De in het speciaal trekkingsrecht uitgedrukte waarde van de nationale munteenheid van een Staat die lid is van het Internationaal Monetair Fonds, wordt berekend volgens de ramingsmethode die het Internationaal Monetair Fonds op de desbetreffende datum toepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties. De in het speciaal trekkingsrecht uitgedrukte waarde van de nationale munteenheid van een Staat die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds, wordt berekend op de door die Staat vast te stellen wijze.
8. Een Staat die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds en waarvan de wetgeving niet toelaat het bepaalde in het zevende lid van dit artikel toe te passen, kan evenwel, bij de bekrachtiging van het Protocol bij het C.M.R.-Verdrag of bij de toetreding tot dit Protocol dan wel op ieder moment daarna, verklaren dat de in het derde lid van dit artikel bedoelde en op zijn grondgebied van toepassing zijnde aansprakelijkheidsgrens wordt vastgesteld op 25 monetaire eenheden. De monetaire eenheid, bedoeld in dit lid, komt overeen met 10/31 gram goud van een gehalte van 0,900. De omrekening van het in dit lid bedoelde bedrag in de nationale munteenheid geschiedt overeenkomstig de wetgeving van de betrokken Staat.
9. De berekening, vermeld in de laatste zin van het zevende lid van dit artikel en de omrekening, vermeld in het achtste lid van dit artikel, dienen op zodanige wijze te geschieden dat in de nationale munteenheid van de Staat voor zover mogelijk dezelfde reële waarde wordt uitgedrukt als die welke in het derde lid van dit artikel in rekeneenheden wordt uitgedrukt. Bij de nederlegging van een akte bedoeld in artikel 3 van het Protocol bij het C.M.R.-Verdrag en telkens wanneer zich een wijziging voordoet in hun berekeningsmethode of in de waarde van hun nationale munteenheid ten opzichte van de rekeneenheid of de monetaire eenheid, doen de Staten de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling van hun berekeningsmethode overeenkomstig het zevende lid of, van de omrekeningsresultaten overeenkomstig het achtste lid van dit artikel, al naargelang van het geval.
Artikel 24
De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag in de vrachtbrief een waarde van de goederen aangeven, die het maximum, vermeld in het derde lid van artikel 23, overschrijdt. In dat geval treedt het aangegeven bedrag in de plaats van het maximum.
Artikel 25
1. In geval van beschadiging vergoedt de vervoerder het bedrag van de waardevermindering, berekend naar de volgens artikel 23, eerste, tweede en vierde lid vastgestelde waarde der goederen.
2. De schadevergoeding beloopt evenwel niet meer dan de volgende bedragen:
a) indien de gehele zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van geheel verlies;
b) indien slechts een gedeelte van de zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van verlies van het in waarde verminderd gedeelte.
Artikel 26
1. De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag het bedrag van een bijzonder belang bij de aflevering voor het geval van verlies of beschadiging en voor dat van overschrijding van de overeengekomen termijn, vaststellen door vermelding van dit bedrag in de vrachtbrief.
2. Indien een bijzonder belang bij de aflevering is aangegeven, kan, onafhankelijk van de schadevergoedingen, bedoeld in de artikelen 23, 24 en 25, en tot ten hoogste het bedrag van het aangegeven belang, een schadevergoeding worden gevorderd gelijk aan de bewezen bijkomende schade.
Artikel 27
1. De rechthebbende kan over het bedrag der schadevergoeding rente vorderen. Deze rente, ten bedrage van vijf procent per jaar, loopt vanaf de dag waarop de vordering schriftelijk bij de vervoerder is ingediend of, indien dit niet is geschied, vanaf de dag waarop zij in rechte aanhangig is gemaakt.
2. Wanneer de bedragen, die tot grondslag voor de berekening der schadevergoeding dienen, niet zijn uitgedrukt in de munt van het land, waar de betaling wordt gevorderd, geschiedt de omrekening volgens de koers van de dag en de plaats van betaling der schadevergoeding.
Artikel 28
1. Wanneer het verlies, de beschadiging of de vertraging, ontstaan in de loop van een aan dit Verdrag onderworpen vervoer, volgens de toepasselijke wet kan leiden tot een vordering, die niet op de vervoerovereenkomst is gegrond, kan de vervoerder zich beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken.
2. Wanneer de niet op de vervoerovereenkomst berustende aansprakelijkheid voor verlies, beschadiging of vertraging, van één der personen voor wie de vervoerder ingevolge artikel 3 aansprakelijk is, in het geding is, kan deze persoon zich eveneens beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die de aansprakelijkheid van de vervoerder uitsluitend of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken.
Artikel 29
1. De vervoerder heeft niet het recht om zich te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken of die de bewijslast omkeren, indien de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld zijnerzijds, welke volgens de wet van het gerecht, waar de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt.
2. Hetzelfde geldt bij opzet of schuld van de ondergeschikten van de vervoerder of van alle andere personen, van wier diensten hij voor de bewerkstelling van het vervoer gebruik maakt, wanneer deze ondergeschikten of deze andere personen handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden. In dat geval hebben deze ondergeschikten of andere personen eveneens niet het recht om zich, voor wat hun persoonlijke aansprakelijkheid betreft, te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, als omschreven in het eerste lid.
HOOFDSTUK V. VORDERINGEN IN EN BUITEN RECHTE
Artikel 30
1. Indien de geadresseerde de goederen in ontvangst heeft genomen zonder dat hij ten overstaan van de vervoerder de staat daarvan heeft vastgesteld of zonder dat hij, indien het zichtbare verliezen of beschadigingen betreft, uiterlijk op het ogenblik van de aflevering, of, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, binnen zeven dagen na de aflevering, zon- en feestdagen niet inbegrepen, voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging is aangegeven, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. De bovenbedoelde voorbehouden moeten, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, schriftelijk worden gemaakt.
2. Wanneer de staat van de goederen door de geadresseerde ten overstaan van de vervoerder is vastgesteld, is geen tegenbewijs tegen het resultaat van deze vaststelling toegelaten, tenzij het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft en de geadresseerde schriftelijke voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht binnen zeven dagen, zon- en feestdagen niet inbegrepen, na deze vaststelling.
3. Bij vertraging in de aflevering is schadevergoeding alleen verschuldigd, indien binnen een termijn van eenentwintig dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld, een schriftelijk voorbehoud ter kennis van de vervoerder is gebracht.
4. Bij het bepalen van de termijnen ingevolge dit artikel wordt de datum van aflevering of, al naar het geval, de datum van vaststelling of die van terbeschikkingstelling niet meegerekend.
5. De vervoerder en de geadresseerde verlenen elkaar alle redelijke faciliteiten voor de nodige vaststellingen en onderzoekingen.
Artikel 31
1. Alle rechtsgedingen, waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, kunnen door de eiser behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan:
a) de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten, of
b) de plaats van inontvangstneming der goederen of de plaats bestemd voor de aflevering der goederen is gelegen,
zij kunnen voor geen andere gerechten worden gebracht.
2. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een vordering aanhangig is voor een volgens dat lid bevoegd gerecht, of wanneer in een zodanig geding door een zodanig gerecht een uitspraak is gedaan, kan geen nieuwe vordering omtrent hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen worden ingesteld, tenzij de uitspraak van het gerecht, waarvoor de eerste vordering aanhangig is gemaakt, niet vatbaar is voor ten uitvoerlegging in het land, waarin de nieuwe vordering wordt ingesteld.
3. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een uitspraak, gedaan door een gerecht van een bij het Verdrag partij zijnd land, in dat land uitvoerbaar is geworden, wordt zij eveneens uitvoerbaar in elk ander bij het Verdrag partij zijnd land, zodra de aldaar ter zake voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld. Deze formaliteiten kunnen geen hernieuwde behandeling van de zaak meebrengen.
4. De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn van toepassing op uitspraken op tegenspraak gewezen, op uitspraken bij verstek en op schikkingen, aangegaan ten overstaan van de rechter, maar zij zijn niet van toepassing op uitspraken die slechts bij voorraad uitvoerbaar zijn, noch op veroordelingen tot vergoeding van schaden en interesten, welke boven de kosten zijn uitgesproken tegen een eiser wegens de gehele of gedeeltelijke afwijzing van zijn vordering.
5. Van onderdanen van bij het Verdrag partij zijnde landen. die hun woonplaats of een bedrijf hebben in een van deze landen, kan geen zekerheidsstelling voor de betaling der proceskosten worden gevorderd in rechtsgedingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft.
Artikel 32
1. De rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, verjaren door verloop van een jaar. In geval van opzet of van schuld, welke volgens de wet van het gerecht, waarvoor de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt, is de verjaringstermijn drie jaar. De verjaring loopt:
a) in geval van gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging, vanaf de dag, waarop de goederen zijn afgeleverd;
b) in geval van volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder;
c) in alle andere gevallen, na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst.
De hierboven als begin van de verjaring aangegeven dag wordt niet begrepen in de verjaringstermijn.
2. Een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot aan de dag waarop de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt. In geval van gedeeltelijke aanvaarding van de vordering hervat de verjaring haar loop alleen voor het deel van de vordering, dat betwist blijft. Het bewijs van ontvangst van de vordering of van het antwoord en van het terugzenden der stukken rust op de partij, die dit feit inroept. Verdere, op hetzelfde onderwerp betrekking hebbende vorderingen schorsen de verjaring niet.
3. Met inachtneming van de bepalingen van het tweede lid, wordt de schorsing van de verjaring beheerst bij de wet van het gerecht waarvoor de zaak aanhangig is. Hetzelfde geldt voor de stuiting van de verjaring.
4. Een verjaarde vordering kan ook niet meer in de vorm van een vordering in reconventie of van een exceptie worden geldend gemaakt.
Artikel 33
De vervoersovereenkomst kan een bepaling bevatten inzake het toekennen van bevoegdheid aan een scheidsgerecht, mits deze bepaling inhoudt, dat het scheidsgerecht dit Verdrag zal toepassen.
HOOFDSTUK VI. BEPALINGEN NOPENS VERVOER VERRICHT DOOR OPVOLGENDE VERVOERDERS
Artikel 34
Indien een vervoer, onderworpen aan een enkele overeenkomst, wordt bewerkstelligd door opvolgende wegvoerders, worden de tweede en ieder van de volgende vervoerders door inontvangstneming van de goederen en van de vrachtbrief partij bij de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief en wordt ieder van hen aansprakelijk voor de bewerkstelliging van het gehele vervoer.
Artikel 35
1. De vervoerder die de goederen van de voorafgaande vervoerder in ontvangst neemt, overhandigt hem een gedateerd en ondertekend ontvangstbewijs. Hij moet zijn naam en adres op het tweede exemplaar van de vrachtbrief vermelden. Indien daartoe aanleiding is, tekent hij op dat exemplaar alsmede op het ontvangstbewijs soortgelijke voorbehouden aan als die, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
2. De bepalingen van artikel 9 zijn op de betrekkingen tussen opvolgende vervoerders van toepassing.
Artikel 36
Behoudens in het geval van een eis in reconventie of van een exceptie, opgeworpen in een rechtsgeding inzake een eis, welke is gebaseerd op dezelfde vervoerovereenkomst, kan de vordering tot aansprakelijkstelling voor verlies, beschadiging of vertraging slechts worden gericht tegen de eerste vervoerder, de laatste vervoerder of de vervoerder, die het deel van het vervoer bewerkstelligde, gedurende hetwelk het feit, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging heeft veroorzaakt, zich heeft voorgedaan; de vordering kan tegelijkertijd tegen verschillenden van deze vervoerders worden ingesteld.
Artikel 37
De vervoerder, die een schadevergoeding heeft betaald uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, heeft recht van verhaal voor de hoofdsom, rente en kosten tegen de vervoerders, die aan de uitvoering van de vervoerovereenkomst hebben deelgenomen, overeenkomstig de volgende bepalingen:
a) de vervoerder, door wiens toedoen de schade is veroorzaakt, draagt de schadevergoeding alleen, onverschillig of deze door hemzelf of door een andere vervoerder is betaald;
b) wanneer de schade is veroorzaakt door toedoen van twee of meer vervoerders, moet ieder van hen een bedrag betalen in verhouding tot zijn deel van de aansprakelijkheid; indien begroting van de delen der aansprakelijkheid niet mogelijk is, is ieder van hen aansprakelijk in verhouding tot het hem toekomende deel van de beloning voor het vervoer;
c) indien niet kan worden vastgesteld, aan wie van de vervoerders de aansprakelijkheid moet worden toegerekend, wordt het bedrag van de schadevergoeding verdeeld tussen alle vervoerders, in de verhouding bepaald onder b.
Artikel 38
Indien een van de vervoerders insolvent is, wordt het door hem verschuldigde deel, dat hij niet heeft betaald, tussen alle andere vervoerders verdeeld in verhouding tot hun beloning.
Artikel 39
1. De vervoerder, op wie verhaal wordt uitgeoefend ingevolge de artikelen 37 en 38, is niet gerechtigd de gegrondheid van de betaling door de vervoerder, die het verhaal uitoefent, te betwisten, wanneer de schadevergoeding is vastgesteld bij rechterlijke uitspraak, mits hij behoorlijk van het rechtsgeding in kennis is gesteld en hij gelegenheid heeft gehad om daarin zich te voegen of tussen te komen.
2. De vervoerder, die verhaal wil uitoefenen, kan zulks doen voor het bevoegde gerecht van het land, waarin een van de betrokken vervoerders zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten. Het verhaal kan in een en hetzelfde geding tegen alle betrokken vervoerders worden verricht.
3. De bepalingen van artikel 31, derde en vierde lid, zijn van toepassing op rechterlijke uitspraken, gegeven ter zake van het verhaal ingevolge de artikelen 37 en 38.
4. De bepalingen van artikel 32 zijn van toepassing op het verhaal tussen vervoerders. De verjaring loopt evenwel hetzij vanaf de dag van een rechterlijke einduitspraak tot vaststelling van de ingevolge de bepalingen van dit Verdrag te betalen schadevergoeding hetzij bij gebreke van zulk een uitspraak, vanaf de dag waarop de betaling is geschied.
Artikel 40
De vervoerders kunnen onderling een van de artikelen 37 en 38 afwijkende regeling bedingen.
HOOFDSTUK VII. NIETIGHEID VAN BEDINGEN IN STRIJD MET HET VERDRAG
Artikel 41
1. Behoudens de bepalingen van artikel 40 is nietig ieder beding, dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van de bepalingen van dit Verdrag. De nietigheid van dergelijke bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst tot gevolg.
2. In het bijzonder is nietig ieder beding door hetwelk de vervoerder zich de rechten uit de verzekering der goederen laat overdragen of ieder ander beding van dergelijke strekking, evenals ieder beding, dat de bewijslast verplaatst.
HOOFDSTUK VIII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 42
1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening of toetreding door landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa en landen, die overeenkomstig § 8 van het mandaat van deze Commissie met raadgevende stem tot de commissie zijn toegelaten.
2. De landen, die overeenkomstig § 11 van het mandaat van deze Commissie aan zekere werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa kunnen deelnemen, kunnen partij bij dit Verdrag worden door toetreding na de inwerkingtreding.
3. Het Verdrag zal voor ondertekening openstaan tot en met 31 augustus 1956. Na deze datum zal het openstaan voor toetreding.
4. Dit Verdrag zal worden bekrachtigd.
5. Bekrachtiging of toetreding geschiedt door neerlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 43
1. Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag, nadat vijf landen, als bedoeld in het eerste lid van artikel 42, hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben neergelegd.
2. Voor ieder land, dat het Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt, nadat vijf landen hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben neergelegd, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding door het genoemde land.
Artikel 44
1. Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
2. De opzegging heeft rechtsgevolg twaalf maanden na de datum, waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving heef! ontvangen.
Artikel 45
Indien na de inwerkingtreding van dit Verdrag het aantal Verdragsluitende Partijen tengevolge van opzeggingen is teruggebracht tot minder dan vijf, houdt de werking van dit Verdrag op van de datum af, waarop de laatste opzegging rechtsgevolg heeft.
Artikel 46
1. leder land kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen het behartigt.
Het Verdrag is op het gebied of de gebieden, vermeld in de kennisgeving, van toepassing met ingang van de negentigste dag na ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-GeneraaI of, indien het Verdrag op die datum nog niet in werking is getreden, met ingang van de dag der inwerkingtreding.
2. Ieder land, dat overeenkomstig het vorige lid een verklaring heef! afgelegd, waardoor dit Verdrag van toepassing wordt op een gebied, welks internationale betrekkingen het behartigt, kan overeenkomstig artikel 44 het Verdrag, voor wat dat gebied betreft, opzeggen.
Artikel 47
Ieder geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag, dat de Partijen niet door middel van onderhandelingen of door andere middelen hebben kunnen regelen, kan op verzoek van een der betrokken Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.
Artikel 48
1. Iedere Verdragsluitende Partij kan op het tijdstip, waarop zij dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt of ertoe toetreedt, verklaren dat zij zich niet bij artikel 47 van het Verdrag gebonden acht. De andere Verdragsluitende Partijen zijn niet bij artikel 47 gebonden tegenover een Verdragsluitende Partij, die zulk een voorbehoud heeft gemaakt.
2. Iedere Verdragsluitende Partij die een voorbehoud overeenkomstig het eerste lid heeft gemaakt, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
3. Geen enkel ander voorbehoud ten aanzien van dit Verdrag is toegestaan.
Artikel 49
1. Nadat dit Verdrag gedurende drie jaar in werking is geweest, kan iedere Verdragsluitende Partij door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving de bijeenroeping verzoeken van een conferentie ten einde dit Verdrag ter herzien. De Secretaris-Generaal geeft van dit verzoek kennis aan alle Verdragsluitende Partijen en roept een conferentie tot herziening bijeen, indien binnen een termijn van vier maanden na de door hem gedane kennisgeving, ten minste een vierde van de Verdragsluitende Partijen hun instemming met dit verzoek aan hem hebben medegedeeld.
2. Indien een conferentie wordt bijeengeroepen overeenkomstig het vorige lid, stelt de Secretaris-Generaal alle Verdragsluitende Partijen daarvan in kennis en nodigt hij hen uit binnen een termijn van drie maanden voorstellen in te dienen welke zij door de conferentie wensen bestudeerd te zien. De Secretaris-Generaal deelt de voorlopige agenda van de conferentie alsmede de tekst van die voorstellen ten minste drie maanden vóór de openingsdatum van de conferentie aan alle Verdragsluitende Partijen mede.
3. De Secretaris-Generaal nodigt voor iedere conferentie, bijeengeroepen overeenkomstig dit artikel, alle landen uit, die zijn bedoeld in het eerste lid van artikel 42, alsmede de landen die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42.
Artikel 50
Behalve de kennisgevingen ingevolge artikel 49 geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de in het eerste lid van artikel 42 bedoelde landen, alsmede aan de landen, die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42, kennis van:
a) de bekrachtigingen en toetredingen ingevolge artikel 42;
b) de data, waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig artikel 43;
c) de opzeggingen ingevolge artikel 44;
d) het overeenkomstig artikel 45 buiten werking treden van dit Verdrag;
e) de overeenkomstig artikel 46 ontvangen kennisgevingen;
f) de overeenkomstig het eerste en tweede lid van artikel 48 ontvangen verklaringen en kennisgevingen.
Artikel 51
Na 31 augustus 1956 wordt het origineel van dit Verdrag nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan elke van de in het eerste en tweede lid van artikel 42 bedoelde landen gewaarmerkte afschriften doet toekomen.
PROTOCOL VAN ONDERTEKENING
Op het tijdstip van ondertekening van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, zijn de ondergetekenden, behoorlijk gevolmachtigd, de volgende verklaring en precisering overeengekomen:
1. Dit Verdrag is niet van toepassing op vervoer tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-lerland en de Republiek lerland.
2. Ad artikel 1, vierde lid:
De ondergetekenden verbinden zich te onderhandelen over verdragen nopens de overeenkomst tot verhuizing en de overeen komst tot gecombineerd vervoer.

ALGEMENE BELGISCHE
EXPEDITIEVOORWAARDEN

Defifinitie en Werkingsfeer.
Artikel 1
Onderhavige voorwaarden zijn van toepassing, voor zover niet anders werd overeengekomen, op iedere vorm van dienstverlening die
de expediteur verricht.
Zij kunnen worden aangehaald als “Belgische Expeditievoorwaarden” en vertegenwoordigen een handelsgebruik.
Artikel 2
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
- de cliënt: de opdrachtgever van de expediteur in wiens opdracht of voor wiens rekening de expediteur diensten verleent, informatie
of advies verstrekt, kosteloos of tegen vergoeding.
- de expediteur: het lid van CEB of elke expediteur die onder toepassing van deze voorwaarden handel drijft.
- de dienst: elke door de expediteur aangeboden, tot uitvoering aanvaarde of uitgevoerde opdracht van verzending van goederen,
alle aanverwante handelingen en elke informatie of elk advies hiertoe.
- de goederen: alle goederen, met inbegrip van hun verpakking, die door de cliënt aan de expediteur zijn of worden toevertrouwd.
Hiertoe behoren alle handelsgoederen, evenals alle titels of documenten die deze goederen vertegenwoordigen of zullen
vertegenwoordigen.
- de eigenaar: de eigenaar van het goed, waarop de door de expediteur verleende dienst betrekking heeft.
- derden: de niet- contractpartijen, in het bijzonder de natuurlijke of rechtspersonen waarmee de expediteur handelt in uitvoering
van zijn opdracht.
Artikel 3
Bij de uitoefening van diensten wordt een onderscheid gemaakt tussen de expediteur die optreedt:
1) als commissionair- expediteur: zijn opdracht bestaat o.m. uit het verzenden van goederen hetzij in eigen naam, hetzij in naam van
diens opdrachtgever, doch voor diens rekening en derhalve uit het uitvoeren van alle daartoe noodzakelijke diensten, het vervullen
van alle vereiste formaliteiten en het sluiten van de ertoe benodigde overeenkomsten.
2) als vervoerscommissionair: in de gevallen zoals hieronder bepaald, en in geen andere gevallen, wordt de expediteur beschouwd als
vervoerscommissionair.
a) wanneer hij het transport van goederen in eigen naam met zijn eigen middelen uitvoert,
b) wanneer hij een transportdocument uitstelt in eigen naam,
c) wanneer expliciet uit de opdracht valt af te leiden dat de expediteur zich in die zin verbindt.
Artikel 4
Onderhavige voorwaarden houden in hoofde van de expediteur geen verzaking in aan enig recht en kunnen evenmin aanleiding geven
tot een zwaardere aansprakelijkheid als deze tot beloop waarvan hij gehouden zou zijn onder enige wetgeving of reglementering die
naast deze voorwaarden van toepassing is.
Artikel 5
De cliënt bevestigt dat de goederen, die hij naar aanleiding van zijn opdracht aan de expediteur toevertrouwt, zijn eigendom zijn, hetzij
dat hij als mandataris van de eigenaar over deze goederen mag beschikken, derwijze dat hij onderhavige voorwaarden niet alleen voor
zichzelf aanvaardt maar ook voor zijn opdrachtgever, evenals voor de eigenaar ervan.
Totstandkoming en uitvoering van de overeenkomst.
Artikel 6
Behoudens andersluidend beding of in geval van vreemde oorzaak onafhankelijk van de wil van de expediteur, geldt elke door de
expediteur uitgebrachte offerte voor een termijn van 8 dagen.
Zij is gesteund op bestaande tarieven, lonen, vracht- en koersnoteringen en onder voorbehoud opgegeven data, die gelden op de datum
waarop de offerte aan de cliënt wordt verzonden.
Bij wijziging van één of meer van deze factoren worden ook de aangeboden prijzen dienovereenkomstig en met terugwerkende kracht
gewijzigd.
De expediteur is te allen tijde gerechtigd aan de cliënt in rekening te brengen alle bedragen, die hem als gevolg van onjuist geheven
vrachten, kosten of tarieven door derden in rekening werden gebracht.
Artikel 7
De cliënt verbindt er zich toe voorafgaand, hetzij uiterlijk op het ogenblik van de orderconfi rmatie elke nuttige informatie aan de
expediteur ter kennis te brengen, inzonderheid wat de aard van de goederen betreft, de wijze van verzending, de plaats van afzending en
bestemming, het gewenst verzendingsverloop evenals en in het bijzonder elke informatie of kennis die de opdrachtgever als fabrikant,
handelaar, eigenaar of afzender van de goederen mag worden toegerekend en die van aard is om hun behoud, verzending, aan- of
afl evering op de plaats van bestemming te verzekeren.
Artikel 8
De expediteur wordt niet verondersteld de juistheid van de door de cliënt gegeven inlichtingen of informatie, noch de authenticiteit of
regelmatigheid van de door de cliënt aangereikte documenten te onderzoeken, zij worden te goeder trouw aanvaard.
Artikel 9
Bij ontstentenis van andersluidende, nauwkeurige onderrichtingen of bijzondere overeenkomsten heeft de expediteur de vrije keuze
betreffende de aan te wenden middelen om de diensten naar best vermogen, overeenkomstig normaal handelsgebruik, te organiseren en
ten uitvoer te leggen, groepage van de goederen inbegrepen.
Artikel 10
De expediteur is ertoe gerechtigd de bedragen of vergoedingen, verschuldigd voor zijn uitgaven en tussenkomsten, forfaitair in rekening
te brengen.
Artikel 11
Bij de uitvoering van zijn opdracht kan de expediteur zich beroepen op derden en uitvoeringsagenten, die van een normale professionele
bekwaamheid getuigen.
Artikel 12
Behoudens andersluidende onderrichtingen heeft de expediteur het recht alle goederen welke om één of andere reden niet kunnen
worden afgeleverd onder zijn hoede te nemen of te houden en te bewaren op kosten en risico van de opdrachtgever of van de goederen
zelf.
De expediteur kan de goederen overeenkomstig de bepalingen van de Wet van 5 mei 1872 op het Handelspand verkopen tot aanzuivering
van zijn schuldvorderingen.
De expediteur kan tegen verantwoording en mits voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan de cliënt, gevaarlijke, bederfelijke,
ontvlambare, ontplofbare of andere goederen, die schade kunnen berokkenen aan personen, dieren of zaken voor rekening en op risico
van de cliënt vernietigen, verwijderen of verkopen.
Artikel 13
De expediteur is ertoe gerechtigd de uitvoering van de opdracht op te schorten indien de cliënt op enige wijze zijn verbintenissen niet
of
onvoldoende nakomt.
In geval van overmacht blijft de overeenkomst van kracht, de verplichtingen van de expediteur worden echter voor de duur van de
overmacht opgeschort.
Voor bijzondere prestaties, ongewone, bijzonder tijdrovende of inspanningvereisende werkzaamheden kan steeds een extra vergoeding
in rekening worden gebracht. Ook alle extra kosten veroorzaakt door overmacht komen ten laste van de opdrachtgever
Artikel 14
Behoudens andersluidende, voorafgaande en schriftelijke overeenkomst is de expediteur niet gehouden de voor verzending bestemde
goederen te bewaken of te doen bewaken, noch deze te laten verzekeren, waar de goederen zich ook bevinden, zelfs in open lucht.
Betaling
Artikel 15
De door de expediteur in rekening gebrachte bedragen of vergoedingen zijn contant op de maatschappelijke zetel van de expediteur
betaalbaar, na afl oop van een termijn van 8 dagen na factuurdatum.
Verlies ingevolge koersschommelingen is voor rekening van de cliënt. Betalingen die niet door de cliënt zelf op enige schuld werden
toegerekend, mogen vrij door de expediteur worden in mindering gebracht op hetgeen door de cliënt aan de expediteur verschuldigd
is.
Artikel 16
Elk protest tegen de facturatie of tegen de in rekening gebracht diensten en aangerekende bedragen dient schriftelijk door de expediteur
te zijn ontvangen binnen de 14 dagen volgend op de factuurdatum.
Artikel 17
De cliënt verzaakt aan elk recht zich te mogen beroepen op enige omstandigheid waaronder hij gerechtigd zou zijn om zijn
betalingsverplichtingen deels of geheel op te schorten en ziet af van elke schuldvergelijking ten aanzien van alle bedragen die de
expediteur hem in rekening brengt.
Artikel 18
De expediteur is niet verondersteld uit eigen middelen zekerheid te stellen voor betaling van vracht, rechten, heffi ngen, belastingen of
welke verplichtingen ook, zo deze door derden mochten worden verlangd. Indien de expediteur uit eigen middelen zekerheid heeft
gesteld, is de cliënt ertoe gehouden om op eerste schriftelijk verzoek van de expediteur aan deze laatste ten titel van zekerheid te betalen
elk bedrag tot beloop waarvan de expediteur ten voordele van derden zekerheid zou hebben gesteld..
Artikel 19
Elke schuld die niet op de vervaldag is betaald, wordt verhoogd, zonder voorafgaande ingebrekestelling, met een vergoedende rente
gelijk aan de wettelijke rente en verhoogd met een forfaitaire vergoeding, gelijk aan 10% van de schuld, ter dekking van economische en
administratieve schade, onverminderd het recht van de expediteur om het bestaan van een grotere schade te bewijzen.
Verbintenissen en aansprakelijkheid van de cliënt.
Artikel 20
De cliënt verbindt er zich toe en staat ervoor in:
• dat de door hem omschreven opdracht en beschrijving van de goederen volledig, correct en accuraat is;
• dat de door hem aan de expediteur toe te vertrouwen goederen, tijdig, volledig en nuttig ter beschikking worden gesteld,
afdoende en effi ciënt geladen, gestuwd, verpakt en gemerkt in overeenstemming met de aard van de goederen en plaats van
afzending of bestemming waartoe zij aan de expediteur worden toevertrouwd;
• dat alle door hem aan de expediteur ter beschikking gestelde documenten volledig, correct, geldig, authentiek en niet ten
onrechte zijn uitgesteld of aangewend;
• dat, tenzij de expediteur er voorafgaandelijk en schriftelijk werd van in kennis gesteld, de hem toevertrouwde goederen niet van
gevaarlijke, bederfelijke, ontvlambare, ontplofbare aard zijn of die anderszins aan derden, personen of zaken schade kunnen
berokkenen;
• dat hij alle, hem door de expediteur ter beschikking gestelde documenten, bij ontvangst zal onderzoeken en verifi ëren of deze
in overeenstemming zijn met de instructies die aan de expediteur werden gegeven.
Artikel 21
De cliënt is jegens de expediteur aansprakelijk en zal hem op eerste verzoek vrijwaren:
• voor elke schade en/ of verlies in het kader van de opdracht gegeven aan de expediteur, tengevolge van de aard van de goederen
en de verpakking ervan, de onjuistheid, onnauwkeurigheid of onvolledigheid van instructies en gegevens, het niet of niet
tijdig ter beschikking stellen van de goederen op de afgesproken tijd en plaats, alsmede het niet of niet tijdig verstrekken van
documenten en/ of instructies en de schuld of de nalatigheid in het algemeen van de cliënt en de door hem ingeschakelde
derden;
• voor elke schade en/ of verlies, voor kosten en uitgaven tot beloop waarvan de expediteur wordt aangesproken door autoriteiten,
derden of uitvoeringsagenten, uit welke oorzaak ook, ter zake van o.m. de goederen, schade, uitgaven, kosten, rechten, direct
of indirect gevorderd naar aanleiding van de in opdracht van de cliënt geleverde dienst, tenzij de cliënt aantoont dat deze
vordering rechtstreeks veroorzaakt is door een fout waarvoor alleen de expediteur aansprakelijk is;
• voor elke schade en/of verlies in het kader van de opdracht gegeven aan de expediteur, voor kosten en uitgaven tot beloop
waarvan de expediteur wordt aangesproken in de gevallen waarin op de expediteur op grond van communautaire of nationale
wetten en reglementen enige persoonlijke en/of hoofdelijke aansprakelijkheid rust voor de betaling of aanzuivering van
douanerechten en/of andere fi scale schulden.
Artikel 22
Indien de vordering waarvoor de expediteur zijn cliënt in betaling of vrijwaring aanspreekt een douane- of andere fi scale vordering
betreft uit oorzaak van een hem door of voor rekening van zijn cliënt toevertrouwde douaneopdracht, verbindt de cliënt zich ertoe om
ten gunste van de expediteur en op diens eerste verzoek dan wel ten gunste van een door de expediteur aangewezen derde tot beloop
van deze vordering een fi nanciële garantie te stellen, van aard om op onvoorwaardelijke wijze de aansprakelijkheid van de cliënt ten
overstaan van de expediteur te waarborgen.
Verbintenissen en aansprakelijkheid van de expediteur.
1) Gemeenschappelijke bepalingen voor commissionair- expediteur en vervoerscommissionair.
Artikel 23
De expediteur is niet aansprakelijk voor schade wanneer deze is veroorzaakt door een vreemde oorzaak, hetgeen o.m. is bij oorlog,
oproer, staking, lock- out, boy- cot, werkcongestie, vrachtschaarste of weeromstandigheden.
Artikel 24
De expediteur is niet aansprakelijk voor schade of verlies ingevolge diefstal van goederen die hij in zijn bezit heeft, tenzij de cliënt bewijst
dat de diefstal plaatsvond ingevolge omstandigheden die de expediteur, in acht genomen zijn overeenkomst met de cliënt, diende te
voorkomen of te voorzien en voor zover niet ingevolge plaatselijke reglementen of handelsgebruik het risico van diefstal voor rekening
van de goederen is.
Artikel 25
De expediteur is niet aansprakelijk voor enige indirecte schade, waaronder economisch verlies, gevolgschade of immateriële schade.
Artikel 26
De expediteur is niet verantwoordelijk voor de goede afl oop van de hem opgedragen incasseringsopdrachten tenzij bewezen zou worden
dat de slechte afl oop te wijten is aan een nalatigheid, welke kan worden gelijkgesteld met een zware fout in zijnen hoofde.
2) Aansprakelijkheid als commissionair- expediteur (art.3.1).
Artikel 27
De expediteur kwijt zich van zijn opdracht met redelijke zorg, diligentie en inzicht en staat in voor een normale professionele
tenuitvoerlegging van de opdracht die hem werd toevertrouwd.
Artikel 28
De aansprakelijkheid van de expediteur is beperkt tot fouten of verzuimen, door hem begaan bij de uitvoering van de hem gegeven
opdracht.
Voor zover deze fouten of verzuimen voor de cliënt of derden een directe materiële of fi nanciële schade hebben veroorzaakt, is de
expediteur ertoe gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken tot:
5 euro per beschadigd of ontbrekend kg brutogewicht, met een maximum van 25.000 euro per opdracht.
Artikel 29
De expediteur is niet aansprakelijk voor de uitvoering van enige door hem, voor rekening van zijn cliënt, met derden of uitvoeringsagenten
gesloten overeenkomst van o.m. opslag, vervoer, dedouanering of goederenbehandeling, tenzij door de cliënt wordt aangetoond dat de
gebrekkige uitvoering ervan rechtsreeks veroorzaakt is door een fout van de expediteur.
Artikel 30
Leveringstermijnen, aankomst- en vertrekdata worden door de expediteur niet gegarandeerd, tenzij voorafgaandelijk en schriftelijk
anders werd overeengekomen. De loutere vermelding door de opdrachtgever van een leveringstermijn bindt de expediteur niet.
3) Aansprakelijkheid als commissionair- vervoerder (art3.2).
Artikel 31
De expediteur is aansprakelijk als vervoerder, in de gevallen zoals voorzien in artikel 3,2.
Zijn aansprakelijkheid wordt bepaald volgens het nationale recht en de internationale Conventies die op betreffende vervoerwijze van
toepassing zijn.
Voorrecht en pandrecht.
Artikel 32
De door de expediteur aan zijn cliënt in rekening gebrachte bedragen zijn conform de wet en overeenkomstig onderhavige voorwaarden
bevoorrecht.
Artikel 33
De schuldvorderingen van de expediteur op zijn opdrachtgever zijn bevoorrecht op grond van artikel 14 van de Wet van 5 mei 1872
op het Handelspand, artikel 20,7° Hypotheekwet en artikel 136 van de Algemene Wet op Douane en Accijnzen ten beloop van alle
goederen, documenten of gelden die hij in zijn bezit heeft en zal hebben, ongeacht of de schuldvordering deels of geheel betrekking heeft
op de receptie of verzending van andere goederen dan deze die hij in zijn bezit heeft.
Artikel 34
De expediteur beschikt over een retentierecht op de goederen en is gerechtigd deze goederen te verzilveren tot algehele delging van zijn
schuldvordering; zij strekken hem tevens tot pand, ongeacht of de opdrachtgever eigenaar ervan is.
Verzekering.
Artikel 35
De expediteur kan de verzekering (AREX 21) ter beschikking stellen van de opdrachtgever wanneer deze hier schriftelijk om verzoekt,
waardoor deze elk in verband met een internationaal vervoer staande opdracht tegen expediteursrisico’s kan verzekeren.
De kosten van deze verzekering vallen ten laste van de opdrachtgever.
Verjaring en rechtsverval.
Artikel 36
Elke aanspraak in schadevergoeding lastens de expediteur dient hem gemotiveerd en schriftelijk te worden aangemeld binnen de 14
dagen volgend op de afl evering van de goederen, hetzij de verzending van de goederen.
Elke mogelijke aansprakelijkheid van de expediteur dooft automatisch en defi nitief uit wanneer de cliënt de documenten betreffende een
bepaalde verrichting in het kader van de diensten na uitvoering ervan terug in ontvangst heeft genomen zonder dat de cliënt uiterlijk de
10e dag na de verzending van deze documenten voor de expediteur een gemotiveerd voorbehoud heeft geformuleerd.
Artikel 37
Elke vordering in aansprakelijkheid lastens de expediteur is ingevolge verjaring uitgedoofd wanneer deze niet binnen een termijn van 6
maanden voor de bevoegde rechtbank wordt aanhangig gemaakt.
De verjaring loopt vanaf de dag, volgend op de dag waarop de goederen werden afgeleverd of hadden moeten zijn afgeleverd, dan wel
bij gebreke daarvan vanaf de dag, volgend op de dag waarop het feit dat tot de vordering aanleiding geeft, zich heeft voorgedaan.
Bevoegdheid en rechtspleging.
Artikel 38
Bevoegdheid is exclusief opgedragen aan de rechtbanken van de maatschappelijke zetel van de expediteur als plaats van totstandkoming
en uitvoering van de overeenkomst, onverminderd het recht van de expediteur om zelf het geding voor een ander rechter aanhangig te
maken.
Artikel 39
Gerechtelijke en arbitrale procedures tegen derden worden door de expediteur niet gevoerd, tenzij deze zich daartoe op verlangen van
de opdrachtgever en voor diens rekening en risico bereid verklaart.
Artikel 40
Alle rechtsverhoudingen waarop deze voorwaarden van toepassing zijn, zullen uitsluitend beheerst worden door het Belgische Recht.
Invoegetreding
Huidige voorwaarden werden gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 24 juni 2005 onder het nummer 0090237 en
vervangen vanaf de datum van invoegetreding alle vorige Algemene Vooraarden der Expediteurs van België.